5 tips voor de komst van een nieuw broertje of zusje
Luister naar het liedje “I Want to Be the Baby”
De relaties met broers en zussen zijn wellicht de langste relaties die je kind ooit zal hebben. Uit onderzoek blijkt dat broers en zussen elkaar op lange termijn geborgenheid bieden en de ontwikkeling van sociale vaardigheden, flexibiliteit en empathie bevorderen.
Een nieuw gezinslid kan spannend en leuk zijn, maar kan ook heel wat onverwachte gevoelens opwekken. Het is normaal dat je met twijfels worstelt over hoe je oudste kind zal reageren op de komst van de baby en hoe de routines en dynamiek binnen je gezin zullen verschuiven.
Onderstaande deskundige tips kunnen je helpen voor een vlotte overgang:
1. Hét ideale moment om je kind in te lichten over de komst van de nieuwe baby bestaat niet
Veel ouders kiezen ervoor om het nieuws meteen te delen en andere wachten nog even tot de bevalling nadert. De uiteindelijke komst van een nieuwe baby is voor een klein kind een abstract idee, dus gebruik concrete en beschrijvende bewoordingen. Zeg bijvoorbeeld: “Het lichaam van mama ziet er anders uit. Er groeit een baby in haar buik en binnenkort komt die eruit.”
Bij kinderen ouder dan 3 jaar kun je nog wat eenvoudige details toevoegen: “De baby groeit in een deel van mijn lichaam dat de baarmoeder wordt genoemd. Hij of zij wordt een lid van ons gezin en jij wordt de grote broer.”
2. Moedig fantasierijk naspelen met poppen aan
Kleine kinderen geven hun ervaringen een plaats tijdens het spelen en een pop kan je kind helpen om de interactie met de nieuwe broer of zus te oefenen. In het begin bestaat het naspelen vooral uit imiteren, dus toon met een pop aan je kind hoe je een flesje geeft en een luier ververst en hoe je de baby in bed zou leggen. Laat je kind dan ook eens proberen.
Je kunt ook de eerste interacties zoals lichte aanrakingen en gekietel demonstreren, en laten zien hoe je de baby voldoende ruimte geeft. Uit de interesse van je kind kun je afleiden hoeveel — of hoe weinig — je het moet aanmoedigen om te helpen met de babyverzorging. Als er bijvoorbeeld veel belangstelling is voor het verversen van de luier bij de pop, dan kun je je kind een taak geven dat het kan uitvoeren zonder jouw hulp, zoals luiers of doekjes halen.

3. Bereid je oudere kind één of twee weken voor je bevalling voor
Leg nauwkeurig uit wat er zal gebeuren en wie voor je kind zal zorgen terwijl de baby geboren wordt. Als je kind erbij zal zijn of je bent van plan om thuis te bevallen, beschrijf dan wat je kind mogelijk allemaal zal zien en horen. Geef het de kans om vragen te stellen.
Vertel dat je zelf ook nog niet weet wanneer de baby precies zal komen, tenzij je zal ingeleid worden of zult bevallen met een keizersnede. Een papieren kalender — met ook enkele speciale activiteiten of gebeurtenissen die zinvol zijn voor je kind — kan duidelijker maken hoe de tijd tot aan de grote dag wordt besteed. Je kunt zeggen: “Eerst komt jouw verjaardag, dan gaan we naar oma en opa, en daarna wordt jouw zusje geboren.”
4. Heftige emoties bij zo’n grote verandering zijn normaal en logisch
Soms ontstaan ze al bij thuiskomst van de baby, maar sommige kinderen beleven in het begin een soort wittebroodsweken met hun nieuwe broer of zus.
Misschien gaan de nachtrust en de zindelijkheid wat achteruit, of je merkt soms agressie tegenover de baby. Kleine kinderen tasten vaak de grenzen af wanneer ze met grote veranderingen worden geconfronteerd. Zo gaan ze om met hun gevoel van veiligheid — ze willen zeker zijn dat de vastgelegde regels en waarden van voor de verandering ook erna nog blijven gelden. Ondersteun je oudere kind door het binnen duidelijke grenzen controle en zelfstandigheid te geven. Laat het in de mate van het mogelijke zelf keuzes maken, maar houd voet bij stuk wanneer je kind de grenzen probeert te verleggen. Een consequente aanpak geeft een veilig gevoel
5. Moedig meteen een hechte band met broer of zus aan
Laat je kinderen op hun eigen manier een band opbouwen en toon hoe je relationele vaardigheden verwerft en leert communiceren. Kies daarbij bijvoorbeeld voor empathisch taalgebruik: “Ik hoor de baby. Wat zou hij nodig hebben — wil je mee gaan kijken?”. Zegt je kind “nee”, respecteer dan diens recht om die keuze te maken.
Het is belangrijk dat je de leeftijd niet gebruikt als excuus voor onaanvaardbaar gedrag. Als je baby de blokkentoren van je oudere kind omgooit, kun je als volgt reageren: “Heel frustrerend dat je broer je toren heeft omgegooid. Broertje, je zus was daarmee aan het spelen. Ik ga haar helpen om een nieuwe toren te bouwen.”
Geplaatst in Ouder & gezinsleven